Clusterpact signed! 9.6.2017

Vandaag ondertekenden speerpuntclusters Catalisti (chemie en kunststoffen), SIM (materialen) en VIL (duurzame logistiek) hun clusterpact samen met minister-president Geert Bourgeois, Vlaams minister van Innovatie Philippe Muyters en Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts. Deze clusterpacten leggen het engagement vast van de clusterorganisatie, de clusterleden (bedrijven en kennisinstellingen) en de overheid. Het Vlaamse innovatiebeleid werpt alvast zijn vruchten af: met een O&O intensiteit van 2,69% in 2015 is Vlaanderen goed op weg op de 3% norm te halen.

Vorig jaar lanceerde Vlaams minister van Innovatie Philippe Muyters het nieuwe clusterbeleid om zo de strategische samenwerking tussen bedrijven, sectoren en onderzoekers te stimuleren. De tijd van ‘vivons heureux, vivons cachés’ ligt achter ons. Wie succesvol wil innoveren, moet over het muurtje kijken en samenwerken met andere partners. Het doel? De economische impact van innovatie de komende jaren gevoelig doen stijgen.

Ondertussen werden vijf speerpuntclusters aangeduid: Catalisti, SIM, VIL, Flux50 (energie) en Flanders FOOD. Stuk voor stuk sluiten ze aan bij de sterkten van de Vlaamse industrie en kennisinstellingen, zodat ze in de toekomst economisch het verschil kunnen en zullen maken, zowel naar werkgelegenheid als naar toegevoegde waarde.

Goede afspraken maken goede vrienden

Zo’n doorgedreven samenwerking op lange termijn kan natuurlijk niet zonder duidelijke afspraken of concrete engagementen van elk van de partners. Daarom ondertekenden Catalisti, SIM en VIL vandaag samen met de overheid een clusterpact waarin de wederzijdse engagementen opgenomen zijn. Flux50 en Flanders FOOD werden later geselecteerd als speerpuntcluster, deze clusterpacten zijn momenteel nog in voorbereiding en worden later ondertekend.

Vlaams minister van Innovatie Philippe Muyters steunt de clusters niet enkel met werkingsmiddelen, maar ook met extra projectmiddelen. Minister Muyters: “Het engagement dat we als Vlaamse overheid aangaan is niet min: het gaat om maximum 500.000 euro per cluster, en dat voor een termijn van 10 jaar. Daarnaast is er dit jaar 50 miljoen euro ter beschikking voor onderzoeks- en innovatieprojecten die de clusters kunnen uitvoeren om de competitiviteit van hun clusterleden te ondersteunen. Maar voor wat hoort wat: de bedrijven leggen zelf ook minstens 50% van de financiering van de clusterwerking op tafel.”

Vlaams minister-president Geert Bourgeois en Vlaams ministers Muyters en Weyts engageren zich daarnaast ook om oplossingen te helpen zoeken voor specifieke problemen en knelpunten die de clusters zouden ondervinden bij de realisatie van hun projecten. Het gaat dan bijvoorbeeld om te restrictieve regelgeving die niet toelaat om sommige innovaties grondig uit te testen in een echte omgeving. Hiervoor kan de Vlaamse regering bijvoorbeeld regelluwe zones aanduiden.

De clusters engageren zich op hun beurt om met de toegekende middelen een grote hefboomwerking te realiseren. Voor elke euro steun van de overheid aan de innovatie- en onderzoeksprojecten van de clusters, zullen de clusters bijkomende euro’s aan onderzoeks-, innovatie- en investeringsmiddelen mobiliseren. Het gaat hier verder dan louter cofinanciering van projecten. Het is de bedoeling dat bedrijven zich engageren om met eigen middelen verder te werken op basis van de resultaten van uitgevoerde projecten. Van kenniscentra wordt verwacht dat ze hun onderzoeksagenda samenleggen met de roadmaps van de clusters en bijkomend onderzoek opstarten. Deze gerealiseerde hefboomwerking is een belangrijk element bij de toekenning van projectmiddelen en evaluatie van de clusterwerking.

3%-norm komt in zicht

Uit het jongste rapport van ECOOM blijkt dat het volgehouden Vlaamse innovatiebeleid zijn vruchten afwerpt. Vlaanderen heeft zich geëngageerd om tegen 2020 de 3% O&O-norm te realiseren. Deze 3%-norm heeft als doel om minstens 3% van het Bruto Binnenlands Product aan Onderzoek en Ontwikkeling uit te geven. Vlaanderen zit met een O&O-intensiteit van 2,69% in 2015 ver boven het EU-gemiddelde. Minister Muyters is ervan overtuigd dat het clusterbeleid er mee voor zal zorgen dat deze stijgende trend zich verderzet.

Minister-president Geert Bourgeois: “De sterke focus van de Vlaamse regering op onderzoek en ontwikkeling loont. Innovatie is een van de levenslijnen van onze Vlaamse welvaart. De samen- en wisselwerking tussen overheid, bedrijven en kennisinstellingen is dan ook van cruciaal belang willen we onze welvaart veilig stellen, onze bedrijven verankeren  en onze toppositie in het buitenland behouden”.

Meer informatie over de 3%-norm en de meest recente cijfers kan je vinden in de nota op www.ecoom.be.

Quotes

Guido Verhoeven, algemeen directeur van SIM: “Vlaanderen heeft terecht een zeer stevige reputatie wat betreft materiaal innovatie met toonaangevende wereldspelers aan industriële zowel als aan academische zijde. De projectmiddelen van de overheid zijn een uitstekend en noodzakelijk smeermiddel om de samenwerking tussen al deze spelers nog te versterken en verder uit te bouwen. In hun zog worden nieuwe innovatieve groeibedrijven betrokken en mee groot gemaakt.”

Liesbeth Geysels, managing director van VIL: “Indien wij van Vlaanderen de Europese draaischijf in de wereldwijde supply chain willen maken, is bundeling van krachten cruciaal. Onze erkenning door de Vlaamse overheid als single point of contact voor de logistiek is een goede zaak in een versnipperd en niet altijd overzichtelijk landschap. Samen met onze partners in binnen- en buitenland willen wij economische en maatschappelijk meerwaarde creëren voor de logistieke bedrijven door in te zetten op vier strategische domeinen: digitalisering, duurzaamheid, Flanders gateways en omni-channel”.

Jan Vanhavenbergh, managing director van Catalisti: “In de speerpuntcluster CATALISTI, waar bedrijven uit de hele waardeketen vertegenwoordigd zijn, van grondstofleverancier tot kunststofverwerker, is innovatie in zijn brede betekenis de drijvende kracht van stabiliteit en/in vooruitgang. Gezien de complexiteit van het gebied zijn grotere bedrijven, vanwege het nodige hoge financiële fundament, meestal de trekkers maar garandeert de samenwerking met MO’s en KMO’s de nodige doorgroei naar gezamenlijk (internationaal) succes. Een clusterwerking zoals die van CATALISTI, brengt de bedrijfs- en kennispartners samen en de toegang tot eigen projectmiddelen beschikbaar gesteld door de overheid, zorgt voor een risicodeling die stakeholders en klanten overtuigen van de visie en engagement van industrie en overheid.”